Ik zat in een relatie met lichamelijk, en voornamelijk geestelijk, geweld. Begin 2006 ben ik gevlucht en was ik weer vrij.
Schrijfopdracht #44
Het sluipt erin
Iedereen denkt altijd: in zo’n situatie zal ik nooit terecht komen. Maar het gekke is, is dat we het in het begin helemaal niet doorhebben. Het veranderd langzaamaan en sluipt erin. Ik heb ook altijd gedacht dat ik niemand me ooit zou laten slaan. Nou deed ik dat natuurlijk ook niet, want ik wilde niet geslagen worden. Vooral in het begin vocht ik zeker terug, alleen dan liep het alleen maar meer uit de hand. Het was gemakkelijker om ervoor te zorgen dat het niet zover zou komen, maar ja dan moet er op eieren gelopen worden. En dat deed ik ook. Soms had ik liever dat hij mij alleen maar een stomp zou geven i.p.v. al die gemene dingen te zeggen. Het was voor mijn gevoel erg lastig om eruit te komen, want vraag één was natuurlijk: wil ik er écht uit komen? Want ik had allerlei reden waarom ik helemaal niet weg wilde of weg kon. Het huurhuis stond op mijn naam, hij had nog vet veel schuld bij mij. Maar ja op een gegeven moment is het gewoon genoeg.
Genoeg is genoeg
En op een zondagmorgen ging hij de krant bij de kiosk halen en heb ik een weekendtas met wat spulletjes gepakt en toen ben ik er vandoor gegaan. In plaats van het ‘uit’ te maken, ben ik gewoon vertrokken, want praten zat er toch niet in. De hint was natuurlijk hartstikke duidelijk. Nou, daar stond ik dan met m’n weekendtas en ben ik de trein in gestapt. Op Amsterdam Centraal station heb ik een tijdje doelloos rondgelopen. Denken, denken en uiteindelijk in de bus gestapt naar het huis van mijn moeder. Ik vond het wel lastig want ik wist dat ik mijn geld nooit meer terug ging krijgen en ik had ook al m’n spullen achtergelaten. Op een gegeven moment stond hij bij mijn werk voor de deur en eiste de huissleutel. Welke ik uiteraard niet ging afgeven, omdat de borg ook van mij was. Hij heeft toen twee dozen met wat spullen van mij op straat leeggegooid. Ik schaamde me kapot voor m’n collega’s. Maar ik heb voet bij stuk gehouden en de sleutel niet afgegeven. Ik heb zelf alle spullen opgeruimd en die middag heeft een super lieve collega me met de vrachtwagen naar huis gebracht. Vanaf het moment dat ik weer bij mijn moeder woonde heb ik geen traan meer gelaten, die had ik al genoeg vergoten.
