Mijn vijand is mijn eigen hoofd

Schrijfopdracht #151 Beschrijf je vijand – van 365 dagen schrijven is geworden: Mijn vijand is mijn eigen hoofd.

Hij woont in mij. Hij heeft geen gezicht, geen stem, maar hij fluistert voortdurend. Hij is mijn ego, mijn gedachten, mijn innerlijke saboteur. Hij kent mijn zwakke plekken beter dan wie ook. Hij weet precies wanneer ik twijfel, en hij duwt me dan nog verder richting onzekerheid.

Hij zegt: “Je bent niet goed genoeg.” Hij zegt: “Waarom zou jij het wél kunnen?” Hij zegt: “Ze zien je toch niet echt.” En ik luister. Te vaak.

Mijn vijand is mijn eigen hoofd, maar hij doet zich voor als redelijkheid, als voorzichtigheid, als bescherming. In werkelijkheid is hij angst. Angst om te falen, om afgewezen te worden, om te verliezen. Hij houdt me klein, stil en veilig — maar ook gevangen.

Soms denk ik dat ik hem ben. Dat ik die stem ben. Maar dat is zijn grootste leugen. Want ik weet: ik ben ook degene die hem hoort. En dus kan ik kiezen. Ik kan hem aankijken, bevragen, uitdagen. Ik kan hem schrijven. En door te schrijven, maak ik hem zichtbaar. En wat zichtbaar is, kan ik veranderen.

Mijn vijand is mijn eigen hoofd, maar hij is niet mijn eindstation. Hij is mijn spiegel. En ik ben onderweg. Elke keer dat ik schrijf, neem ik een stap verder. Richting vrijheid. Richting mezelf.