Het hoort bij het leven: ongewenst haar. Iedere volwassenen heeft er mee te leven, man of vrouw. Het heeft ook wel weer wat.
Schrijfopdracht #69
Ik en ongewenst haar hebben niet heel erg veel ruzie onderling. Gelukkig heb ik blond haar, dus mijn ongewenste haren vallen minder op. Toch blijft het een strijd, eentje waarin ik meestal gewapend ben met mijn epileerapparaat.
Ah, het epileerapparaat. Een martelwerktuig vermomd als schoonheidsproduct. De eerste keer dat ik het gebruikte, schrok ik van de pijn. Maar inmiddels heb ik een soort rare zen bereikt. Pijn? Welnee, gewoon diep ademhalen en doorzetten. En het resultaat mag er zijn: misschien wel een week geen last van die vervelende haartjes.
Dan is er nog het scheermes. Vriend en vijand in één. Mijn scheenbenen en ik hebben een ingewikkelde relatie met dat ding. Na een scheerbeurt zien mijn benen eruit alsof ik een gevecht met een rozenstruik heb gehad. Kleine wondjes overal. Waarom is het toch zo moeilijk om een glad scheenbeen te krijgen zonder bloedvergieten? Ik weet het niet. Het scheermes gebruik ik dan ook alleen in uiterste nood.
Soms vraag ik me af waarom ik het mezelf aandoe. Waarom niet gewoon een beetje pluizig door het leven gaan? Maar dan kijk ik naar mijn gladde benen (voor zover mogelijk zonder pleisters) en denk ik: “Oké, het is het waard.”
Misschien is dat wel de kern van de zaak. Ongewenst haar is een vervelend bijproduct van het mens-zijn, maar het geeft me ook een reden om mezelf een beetje te verwennen. Even wat tijd voor mezelf, met mijn martelwerktuig in de ene hand en een scheermes in de andere. Het is niet perfect, maar het is mijn ritueel. En ergens, in al die chaos en pijn, zit een vorm van zelfliefde.
En dus, met mijn gladde benen (op een paar pleisters na) en een lichte glimlach, ga ik de wereld tegemoet. Ongewenst haar? Laat maar komen. Ik ben klaar om de strijd met je aan te gaan.
