Schrijfopdracht #156: Beschrijf een oom of tante, van 365 dagen schrijven is geworden: Mijn tante Kitty.
Als ik een oom of tante moet beschrijven, dan beschrijf ik het liefst mijn tante Kitty. Al is ze al ruim 14 jaar overleden. Dat kan ik heel goed onthouden omdat ik met Koningsdag voor de laatste keer bij haar was in het Anthonie van Leeuwenhoek ziekenhuis en ik zat daar met Nikki in de Maxi-Cosi. Samen zaten we op het dakterras zodat ze stiekem kon roken.
Ik wist toentertijd wel al dat Kitty best spiritueel was, ook omdat ze samen met mijn moeder naar een een meditatie man ging die echt mega goed was, want hij zag gewoon wie er om je heen stond. Later ben ik ook nog een paar keer naar hem toe gegaan en zijn stem veranderde gewoon alsof hij een ander persoon was. Al was ik toen nog net te jong om daar echt voor open te staan.
Later toen ze overleden was en we haar huis gingen opruimen, wilde ik voornamelijk door haar boeken heen. Ze had zoveel leuke spirituele boeken. Ook vond ik een een heel oud vergeeld A4-tje met mijn volledige geboorte sterrenstelsel erop getekend. Ik had dat online al een keer laten doen, maar zij had hem dus handmatig gemaakt, toen ik was geboren. Dat vond ik wel heel erg bijzonder, en super lief.
We hebben een hele tijd samen gewerkt bij de Baanstede. Dat vond ik echt een super gezellige tijd. Samen heen fietsen en heerlijk kletsen. Op kantoor ging ik ook vaak bij haar langs. Echt een leuke tijd was dat.
Ik noemde haar altijd mijn tweede moeder, en eerlijk gezegd voelde dat ook echt zo.
Ik herinner me nog zo goed de spiegel in haar hal: “Ooit een normaal mensen gezien? En, hoe was het?” Geniaal gewoon.
Ik denk echt dat zij één van de mensen is die altijd bij me in de buurt is. Dat voelt trouwens wel fijn.
