Tentje op het gras

Schrijfopdracht #127: Een les die ik leerde van een grasspriet, van 365 dagen schrijven. Tentje op het gras.

Ik moest eerst even brainstormen wat er allemaal met gras te maken had, want schrijven over een grassprietje, werkelijk geen idee. Tja, ik had vroeger een stukje grasveld in mijn achtertuin, dan konden mijn kleine meisjes daar mooi spelen. Maar voor de rest heb ik geen verhalen over grassprietjes.

Brainstormen met gras

Dus eerst even brainstormen wat er allemaal met gras te maken heeft. Gras: hooi, zacht, groen, zomer, tuin, madeliefjes, kamperen.

Kamperen, op het gras

Ok dan ga ik het over kamperen doen. Ik vond het altijd leuk om te kamperen met mijn ouders. Wij hadden totaal geen geld en gingen echt back to basic, dus een tent met luchtbedden op één of andere gare camping in Frankrijk. Maar dat interesseerde me helemaal niks, want als kind valt er altijd wel iets te ontdekken. Er was meestal wel een riveer bij de camping waar ik heerlijk kon spelen. Dat er geen faciliteiten in de tent zaten vond ik totaal niet erg. Nooit bij stil gestaan eigenlijk. En ik was ook niet anders gewend.

Op die campings speelde ik meestal de hele dag door met alle andere kinderen. Misschien juist omdat er geen afleidiing was, zoals nu natuurlijk met de mobiele telefoons en ipads, maar er werd ook niet echt veel georganiseerd, waardoor we echt op elkaar aangwezen waren. We gingen juist de natuur in. Lekker wandelen en stadjes bezoeken, dat vond ik echt geweldig. Of een activiteit, zoals kanoën. Dat vond ik ook helemaal geweldig.

Toen mijn kindjes klein waren nam mijn moeder ons elk jaar een nachtje mee kamperen. In het begin gingen we ook echt back to basic met alleen een tent, luchtbedden en één bord met bestek. Die kindjes vonden het geweldig, want we stonden naast de speeltuin. En m’n moeder en ik vonden het ook geweldig, want wij waren ook lekker echt samen. Later gingen we in een trekkershut, gewoon voor het gemak.

Eigenlijk vind ik het nog steeds leuk: tentje op het gras. Soms zetten we hem op in de achtertuin. Daar heb ik geen gras, maar het blijft leuk.