Dialoog rust & onrust

Dialoog rust & onrust – 20 minuten intuïtief schrijven

Samen op een een zonnebedje aan de zee. Rust laat zijn tenen door het zand gaan.
“Wat een rust”, zegt Rust. Onrust gromt wat, kijkt geïrriteerd rond en duwt voeten in het vieze zand. Onrust vindt het maar niks. “Wat zitten we hier nou eigenlijk te doen?” zegt Onrust geïrriteerd.
“Niets” zegt Rust rustig. Hij kijkt naar de horizon en sluit zijn ogen, genietende van het zonnetje op zijn huid.
“Niets, bah” brom Onrust. Hij gaat verzitten, uit de zon. Hij zweet.
“Vind je het niet heerlijk z0?” vraagt Rust.
“Nee, verre van”, zegt Onrust. “Het is te warm” gaat hij door.
“Er is niets te doen, die kinderen schreeuwen, die irritante meeuwen krijsen. Hier kijk, zelfs allemaal achtergelaten troep op het strand. Het lijkt hier wel een vuilnisbelt”.
Rust kijkt rustig om zich heen.
“lk zie de golven op en neer gaan, de wolken die zachtjes zweven. Zo leuk he, die kinderen maken een zandkasteel. Zullen wij ook een zandkasteel maken?”
“Bah nee, absoluut niet, ben je gek geworden? Ik ga niet met mijn handen in dat vieze zand!”
Rust pakt een emmer en schepje en begint rustig de emmer te vullen met zand. Na een tijdje staat er een mini kasteel. Niet perfect, maar erg leuk om te doen. Rust gaat weer rustig in zijn ligbed zitten.
“Kijk, mijn handen zijn nog schoon”, zegt Rust om Onrust en beetje plagen. Onrust bromt alleen maar.
“Wat zou jij willen doen?” vraagt Rust.
Onrust haalt zijn schouders op.
“Weet ik niet.” Hij laat de vraag op zich inwerken. “Dit niet ieder geval.”
“Je weet heel goed wat je niet wilt, maar wat zou je wél graag willen?”
Onrust denkt nog eens na. Zo’n vraag voelt onrustig. Dan moet hij voelen en dat wilt hij niet. Hij krijgt er hartkloppingen van.
“Iets actiefs, zoals volleybal of jeu de boule?”
“Nee, zeker niet!” bromt Onrust.
“Tijdschrift lezen, puzzelboekje?” probeert Rust.
“Nee, veel te saai.”
“Dus je wilt iets dat niet saai is?”
Onrust haalt zijn schouders op.
“Bungeejumpen” zegt Rust, gekscherend.
“Nee, echt niet, veel te gek!”
“Ok, dus wel iets actiefs, maar niet te gek, dus toch volleybal?” Onrust schud zijn hoofd.
“Nee, geen andere mensen.”
“Dus je wilt liever iets alleen doen?” Onrust weet het niet. Alleen geeft hem ook een onrustig gevoel. Eigenlijk geeft alles hem een onrustig gevoel.
“Wil je wel iets samen met mij?” Onrust knikt.
“Jou vertrouw ik.”
“Andere niet?”
“Weet ik niet, geen zin om te testen.”
“Zullen we een stukje wandelen? Hierachter zijn duinen. Mooi uitzicht, een briesje zodat je het niet zo warm hebt, iets actiefs, maar niet té, en samen met mij. Dat is toch fijn?” Onrust vind het eindelijk wel goed klinken.
“Oké” weet hij uit te brengen.
Samen wandelen ze door de duinen. Onrust krijgt er een rustig gevoel van. Het zijn precies de dingen die hij fijn vind. Dat had Rust goed gevonden.