Laatst was ik op retraite en gingen we intuïtief schrijven over het verleden en over het heden.
Schrijfoefening 1 | Verleden
- 3 minuten
- Ga naar een veilige plek in je lichaam
- Geef het een naam
Ik heet mama. Ik zit in jou. Die pijnlijke plek in jouw schouder zit daar niet voor niets. Dat is rouw. Rouw is liefde zonder huis, zoals in dat liedje dat jij luistert. Ik sta voor het verleden. Vol liefde en connectie. We hadden het mooi. Zo bijzonder en liefdevol. Ik ben blij dat jij mijn dochter was. Zoveel liefde. Zo’n dichte band. Alles was eerlijkheid. Sereen. Zo mooi en gezellig. Ook leren afzetten en ruzie maken. Alles kon.
Schrijfoefening 2 | Heden
- 3 minuten
- Geef het een naam
Ik heet Okkie, de octopus. Al die armen houden alles bij elkaar. Ik vind je, en trek je terug naar de veiligheid. Je weet niet wat daar is, dus doe maar voorzichtig en blijf hier bij mij. Hier is het veilig. Ondanks dat je hier niet wilt zijn. Dat weet ik heel goed. Maar het is even nodig totdat jij sterk genoeg bent om het zelf te doen. Dan zal ik je laten gaan. Voor nu blijf jij hier, in de donkerte. Bij mij, en toch alleen. Het geeft niet. Vecht niet tegen mij. Ooit mag je mij loslaten. Je weet niet wanneer en dat maakt ook niet uit. Het komt. Ik bescherm jou voor nu.
Schrijfoefening 3 | Dialoog verleden en heden
- 20 minuten
- Dialoog tussen verleden en heden
“Ik ben Okkie, wie ben jij?”
“Ik ben Annita, op aarde de moeder van Kim.” Stilte.
“Ben je nu niet meer haar moeder dan?” vraagt Okkie.
Annita moet daar even over nadenken.
“Geef het beestje een naam, er was een innige connectie, nog steeds, dat zal niet veranderen.”
Okkie dacht na. Klonk logisch.
“Ik vind het eigenlijk niet zo leuk, hoe je met mijn kind omgaat.” zegt Annita vastberaden en eigenlijk een beetje geïrriteerd.
“Dat weet ik, zij ook niet.” Antwoord Okkie naar waarheid.
Stilte, hier moet over nagedacht worden, of eigenlijk moet dit even ingevoeld worden.
A: “Kun je haar niet wat liever behandelen, zoals ik deed?”
O: “Zou kunnen, maar ze is zelf nog niet zover.”
Overpeinzingen.
A: “Wat zou zij kunnen doen om samen te werken, in plaats van tegen te werken?”
O: “Luisteren.”
A: “Waarnaar?”
O: “Haarzelf.”
A: “Dat klinkt simpel, maar weet zij ook hoe dat moet?”
O: “Nog niet.”
A: “Dus je laat haar zwemmen, daar zo in het donker?”
O: “Dat is nodig.”
Annita vindt dat geen fijn idee.
A: “Kan ik iets doen?”
Zelfs Okkie is even stil om na te denken.
O: “Misschien wel.”
Beide zitten in stilte na te denken over hoe ze Kim een handje kunnen helpen. Okkie heeft er nog niet op deze manier naar gekeken. Hij keek vanuit zichzelf, wachtende op het moment dat Kim tot inzicht kwam, er klaar voor was. Maar hoe kan zij ervoor zorgen dat ze er klaar voor is, hoe werkt zo’n inzicht?
O: “Misschien kun je haar liefde en licht sturen. Dan voelt ze jullie verbondenheid. En vertel haar dat het goed is zo.”
A: “Maar ze vind het helemaal niet goed zo. Dat lijkt wel het hele probleem.”
O: “Dat denk ik ook. Ze houd vast aan iets dat er niet meer is. Dat is ze zo gewend en moet nog even oefenen hoe ze dat kan doen.”
A: “Ok, licht en liefde. Dat kan ik wel. Dat heb ik altijd gedaan, alleen dan op een andere manier. Lijfelijk en in daden. Ik moet ook nog even leren hoe ik dat moet doen. Tips?”
Okkie denkt na. Niet alleen de nabestaande heeft rouwwerk, maar de overledenen blijkbaar ook. Die moet ook loslaten. Of op zijn minst anders vasthouden. Leren zijn liefde anders te sturen.
O: “Gewoon door aan haar te denken is genoeg. Dat voelt ze. Ze moet het alleen leren voelen, dat ligt bij haar.”
A: “Ok, dus ik hoef niets actiefs te doen?”
O: “Nee, jij mag rusten. In vrede. En liefde. Dat doe je goed. Vertrouw haar. Zij kan dit. Als jij haar loslaat in liefde en het vertrouwen hebt, dan kan zij dat ook.”
A: “Dus eigenlijk hebben wij allebei dezelfde les te leren. Of je nou op aarde achter blijft of niet.”
O: “Dat klopt. Mooi he, moeilijk maar mooi.”
A: “Ik denk dat ik dan wel kan. Als ik het kan, dan weet ik zeker dat zij dat ook kan.”
