Eerder deed ik aan intuïtief schrijven van 20 minuten tussen Rust en Onrust: Dialoog Rust & Onrust. En dan nu mijn vraag: Hoe kom ik erachter wat ik wél leuk vindt, wat ik wél kan, als alles te veel voelt?
Het eerlijke antwoord is: je kunt dat niet bedenken vanuit Onrust. Je kunt het alleen ontdekken vanuit Rust. En Rust is er nog wel, maar hij krijgt weinig ruimte. Daarom werkt het niet om jezelf te dwingen te kiezen, te bedenken, te analyseren. Je zenuwstelsel zit dan al in “nee”.
Een stukje uit mijn dialoog:
“Zullen we een stukje wandelen? Hierachter zijn duinen. Mooi uitzicht, een briesje zodat je het niet zo warm hebt, iets actiefs, maar niet té, en samen met mij. Dat is toch fijn?” Onrust vind het eindelijk wel goed klinken.
Begin bij het allerkleinste: micro-signalen van “ja”
Niet: “Wat vind ik leuk?” Maar: “Wat voelt 2% minder zwaar dan de rest?”
Voorbeelden:
- De gedachte aan een glas water voelt net iets neutraler dan de gedachte aan een wandeling.
- De bank voelt veiliger dan de tuin.
- Een zacht dekentje voelt fijner dan een boek.
Dat zijn mini-ja’s. Die zijn goud waard.
Laat je lichaam kiezen, niet je hoofd
Je hoofd zit vol Onrust. Je lichaam weet het eerder.
Een oefening die vaak werkt:
- Noem twee opties hardop.
- Let op je lichaam: trekt het samen of ontspant het een fractie?
Bijvoorbeeld:
- “Op de bank liggen” → voelt dat als iets zachter?
- “Even naar buiten” → voelt dat als iets te veel?
Je hoeft niet te weten waarom. Je volgt alleen de richting van zachtheid.
Zoek activiteiten die Rust en Onrust allebei verdragen
In jouw dialoog zie je het al gebeuren: Volleybal → te veel mensen Zandkasteel → te vies Niets doen → te onrustig Maar wandelen in de duinen → precies goed
Dat betekent dat jouw systeem activiteiten nodig heeft die:
- licht actief zijn
- weinig prikkels hebben
- geen sociale druk
- wel samen, maar veilig samen
- rustig tempo, geen prestatie
Denk aan:
- wandelen
- fietsen op een rustig pad
- tekenen zonder doel
- planten water geven
- iets sorteren of ordenen
- zacht rekken of stretchen
- audioboek luisteren terwijl je ligt
- iets kleins creatiefs (klei, kleuren, puzzel van 50 stukjes)
Niet omdat het “leuk” moet zijn, maar omdat het veilig genoeg voelt.
Verwacht niet dat je meteen plezier voelt
Bij overprikkeling komt plezier pas ná veiligheid. Eerst moet je zenuwstelsel zakken. Pas daarna komt nieuwsgierigheid. En pas daarna komt plezier.
Je hoeft dus niet te zoeken naar “wat vind ik leuk”. Je zoekt naar “wat is zacht genoeg dat ik het kan verdragen”.
Dat is de ingang.
Gebruik een dialoog als kompas
Laat Rust en Onrust vaker met elkaar praten.
Bijvoorbeeld:
- Rust: “Wat heb je nu nodig?”
- Onrust: “Ik weet het niet.”
- Rust: “Wat voelt het minst vervelend?”
- Onrust: “Misschien even liggen.”
- Rust: “Oké, dat doen we.”
Dat is zelfregulatie in dialoogvorm. En het werkt.
Een concrete oefening (heel klein, heel haalbaar)
De 3-minuten check-in.
- Ga zitten of liggen.
- Stel jezelf drie vragen:
- Wat voelt zwaar?
- Wat voelt neutraal?
- Wat voelt 1% zachter?
- Kies alleen dat laatste.
- Doe het 3 minuten.
- Stop zodra het genoeg is.
Dit is hoe je ontdekt wat je wél kunt. Niet door te zoeken naar “leuk”, maar door te volgen wat je lichaam fluistert.
